‘Loop jij marathons of zo?’, vraagt een collega als hij naast me staat in de keuken. ‘Ja dat klopt, hoezo?’ ‘Oh, nou ja, je staat altijd bovenaan de ranglijst van het Fitcoinsprogramma.’ Hij had het blijkbaar niet verwacht van zo’n ouwe HR muts die op de zaak op hoge hakken in een rokje en met een leesbrilletje half op haar neus rond paradeert, maar nu snapt hij het wel. Want ja, ik loop marathons. Nog steeds, ondanks de trails en de lange afstanden. De marathon blijft speciaal voor mij en ik vind het altijd leuk om te lopen.
En met mij vele anderen. Dat blijkt wel weer. Het is zondagochtend en de zon schijnt. Op straat stikt het van de hardlopers. Je pikt de marathonlopers er zo uit tussen de andere lopers. Niet alleen aan de vestjes of de begeleiders, of het feit dat ze in een groepje lopen, maar je ziet het gewoon aan hun gezicht. Ze stralen iets uit, een bepaalde marathonvibe. Natuurlijk zagen we de week er voor ook al de grote groepen die aan de laatste lange duurloop bezig waren. Ik deed het zelf ook, 33 km met de Road through Rotterdam. Een mooie route door de stad, inclusief drie verzorgingsposten. Op de Van Brienenoordbrug kwamen wij van Zuid minstens vier groepen in tegengestelde richting tegen, en later nog een keer langs de Maasboulevard, en over de Erasmusbrug.
De Erasmusbrug, want alhoewel ik elke marathon leuk vind blijft Rotterdam natuurlijk echt de mooiste. De Erasmusbrug de eerste keer als je nog lekker fris en vol enthousiasme begint, en de Erasmusbrug de tweede keer als je ‘dat rottige stuk op Zuid’ gehad hebt, om dat vervolgens in te ruilen voor het mythische Kralingse Bos. Vorig jaar was een marteling, dit jaar sta ik er qua gezondheid weer beter voor. Gelukkig maar want het wordt mijn tiende en die wil ik niet alleen uitlopen, maar ook nog op een manier dat ik er met plezier aan terug denk.
De eerste borden staan er ook al weer, net als de blauwe strepen op de weg waar straks de verzorgingsposten en de belangrijkste kilometer borden moeten komen te staan. Dat is het leuke van midden in de stad wonen. Ik kan al twee weken van tevoren in het marathongevoel duiken. De laatste week voor de marathon zetten ze definitieve borden neer en kan ik langs het 30 km en 40 km punt lopen. Om weer even terug te denken aan al die keren dat ik daar liep en hoe ik me toen voelde. Die ene, en enige, keer dat ik onder de vier uur liep maar op dat punt het bijna opgegeven had omdat ik naar de klote was en dacht dat ik het niet meer ging redden. Of die keer dat ik volledig in een runners high zat en dansend en springend op weg naar de laatste 2 km ging. En die keer dat ik er ook doorheen zat en de Terminatorknop aanzette om met een strak gezicht me een weg te forceren door het publiek in Crooswijk heen.
Natuurlijk ook om alvast scenario’s te bedenken hoe ik er zondag 13 april bij zal lopen. Het zal wel weer warm worden en ik zal ook wel weer naar de klote zijn. Misschien nog niet eens conditioneel maar als ik naar het patroon van de afgelopen maanden kijk zullen mijn beenspieren ernstig aan het protesteren zijn, mijn lijf stijf en pijnlijk. Oud worden is a bitch, maar zolang het nog kan en ik het nog leuk blijf vinden zal ik het blijven doen. Zoals gezegd is dit mijn tiende keer en mag ik mijzelf, als ik de finish haal waar we maar wel gewoon vanuit gaan, Super Marathon Master noemen. Veel mensen stoppen daarna. Ik weet het nog niet, maar ik weet het wel. Volgend jaar schrijf ik me ook gewoon weer in, tenzij er een wonder gebeurt en ik de loterij voor Boston win. Of er een andere reden is dat ik niet kan lopen. Maar ik ben een mens van tradities, of misschien is het wel gewoon mijn FOMO of het autistische deel van mijn brein. Ik geef de FOMO de meeste kans.
Natuurlijk heb ik vrijdag en maandag ook gewoon weer lekker vrij genomen. Niks leukers dan vrijdag de stad in te gaan, de vlaggen te zien wapperen en op het WTC mijn startnummer te gaan halen. Op de expo is het dan nog relatief rustig dus geen of weinig rijen bij de fotobooths, geen gedrang bij de namenmuur om toch weer even mijn naam op te zoeken en rustig op mijn gemakje de stands bekijken met allemaal gelletjes, loopkleding en andere meuk die ik toch nooit zal kopen of gebruiken. Op zaterdag ga ik een pannenkoek eten, of misschien doe ik dat ook op vrijdag al, en dan even kijken bij de kids runs en de minimarathon. ‘s Avonds een bord pasta en De Marathon kijken en dan naar bed voor de grote dag. Maandag lekker uitslapen en misschien wel een rondje uitlopen, ligt aan het weer.
Terwijl ik dit schrijf zit ik op mijn vrije vrijdag op het balkon in het zonnetje. Zondag loop ik nog een snellere 10 km bij de Ronde Park16Hoven en dan nog twee loopjes gedurende de week voordat we gaan knallen. Knallen in de breedste zin van het woord. Donderdagavond even over de Coolsingel hobbelen en kijken naar de streep die ‘500 meter’ zegt en die van de finish. Ja jongens en meisjes. Ondanks dat ik meerdere marathons op mijn naam heb staan voel ik ze toch nog steeds volop in mijn buik.
Marathonkriebels!